Na een periode van wederopbouw is het dagelijks ritme in het nonnenklooster weer hersteld. Een onderdeel van het dagelijks leven is het drinken van boterthee.
Voor hun dagelijkse portie boterthee is flink wat Ghee (geklaarde boter) nodig. Maar daar blijft het niet bij; de nonnen maken ook hun eigen huttenkase (ser), verse karnemelk (moj) en tsurpi (gedroogde kaas).
Om het klooster zelfvoorzienend te maken, heeft het klooster een eigen koe aangeschaft. Inmiddels graast een Hollandse koe, Mali, bij het klooster. Mali is een schot in de roos; ze geeft meer dan genoeg melk voor alle zuivelproducten die de nonnen nodig hebben. Dankzij Mali is er nu ook genoeg melk over voor een heerlijk kopje zoete melkthee.
